NL | FR  

Onderbreking van opdrachten in de loop van het mandaat

Opzegging (ontslag - révocation) van een commissaris in de loop van het mandaat


Opdracht van de Hoge Raad :
De informatie overmaken aan de andere entiteiten van het systeem van publiek toezicht op de bedrijfsrevisoren

Artikel 38, § 2 van de richtlijn 2006/43/EG bepaalt dat elke ontslagneming of opzegging van de wettelijke auditor ter kennis moet worden gebracht van de diverse organen die het stelsel van publiek toezicht vormen.

Deze bepaling is in Belgisch recht ingevoerd door de wet van 17 december 2008 via de vervanging van de voorschriften die vervat zijn in het artikel 135 van het Wetboek van vennootschappen.

Voorschriften van het artikel 135 van het Wetboek van vennootschappen

« § 1. De commissarissen worden benoemd voor een hernieuwbare termijn van drie jaar.

Op straffe van schadevergoeding kunnen zij tijdens hun opdracht alleen om wettige redenen worden ontslagen door de algemene vergadering. Meer in het bijzonder is een verschil van mening over een boekhoudkundige verwerking of een controleprocedure op zich geen wettige reden voor ontslag.

Behoudens gewichtige persoonlijke redenen mogen de commissarissen tijdens hun opdracht geen ontslag nemen tenzij ter algemene vergadering en nadat zij deze schriftelijk hebben ingelicht over de beweegredenen van hun ontslag.

§ 2. De gecontroleerde vennootschap en de commissaris stellen de Hoge Raad voor de Economische Beroepen, als bedoeld in artikel 54 van de wet van 22 april 1999 betreffende de boekhoudkundige en fiscale beroepen, in kennis van het ontslag van de commissaris tijdens zijn opdracht en zetten op afdoende wijze de redenen hiervoor uiteen.

De Hoge Raad voor de Economische Beroepen bezorgt deze informatie binnen een maand aan de instellingen die deel uitmaken van het Belgisch systeem van publiek toezicht en die opgesomd zijn in artikel 43 van de wet van 22 juli 1953 houdende oprichting van een Instituut van de Bedrijfsrevisoren en organisatie van het publiek toezicht op het beroep van bedrijfsrevisor. »
TOP

Onderscheid tussen een ontslagneming (démission) en een opzegging (révocation) in de loop van het mandaat

Het essentiële verschil tussen een ontslagneming of een opzegging in de loop van het mandaat heeft te maken met de partij die beslist om een einde te maken aan de relatie lastgever/lasthebber tussen de gecontroleerde vennootschap en de bedrijfsrevisor die belast is met de wettelijke rekeningcontrole (de commissaris genaamd) :
- indien de beslissing wordt genomen door de algemene vergadering van aandeelhouders van de vennootschap, zal er sprake zijn van een opzegging;
- indien de beslissing door de commissaris wordt genomen, is er sprake van ontslagneming.
TOP

Onder welke voorwaarden kan er een opzegging gebeuren in de loop van het mandaat?

Vóór 1985 voorzag het Wetboek van vennootschappen in geen enkele specifieke regel inzake het einde van de commissarisfunctie. Als lasthebber kon de commissaris op elk ogenblik opgezegd worden (ad nutum). Destijds was de opzegging, zoals de ontslagneming van de commissaris, aan geen enkele voorwaarde onderworpen, tenzij dat dit niet ontijdig mocht gebeuren of in omstandigheden die de andere partij schade zouden berokkenen.

Sinds 1985 bevat het Wetboek van vennootschappen stricte voorwaarden inzake de opzegging.

Op straffe van schadevergoeding kan de commissaris tijdens zijn opdracht alleen om wettige redenen worden ontslagen door de algemene vergadering (artikel 135, § 1, eerste lid van het Wetboek van vennootschappen).

De opzegging dient te gebeuren door het orgaan dat ook bevoegd is voor de benoeming, met name de algemene vergadering van de aandeelhouders. Wanneer er evenwel een ondernemingsraad bestaat, dient deze voorafgaandelijk te worden geraadpleegd. Het ontslag kan maar gebeuren op voorstel of eensluidend advies van de ondernemingsraad (artikel 159 van het Wetboek van vennootschappen). Indien er geen eensluidend advies is, zal de opzegging als nietig worden beschouwd (artikel 160 van het Wetboek van vennootschappen).

Het Wetboek van vennootschappen bepaalt uitdrukkelijk dat een verschil van mening over een boekhoudkundige verwerking of een controleprocedure op zich geen wettige reden voor ontslag is (artikel 135, § 1, eerste lid van het Wetboek van vennootschappen).

Evenmin is het feit dat een grote onderneming een kleine onderneming wordt (onder de drempels van het artikel 15 van het Wetboek van vennootschappen) door een vermindering van haar activiteiten, geen geldige reden voor een opzegging. Volgens de parlementaire werkzaamheden inzake de hervorming van 1985 is het zo dat in dergelijk geval de commissaris in functie blijft tot op het einde van de periode van drie jaar.

Artikel 136 van het Wetboek van vennootschappen voorziet in een vrij gedetailleerde procedure wanneer de algemene vergadering zich moet uitspreken over het ontslag van een commissaris :

« Wanneer de algemene vergadering zich moet uitspreken over het ontslag van een commissaris, wordt aan de betrokkene onmiddellijk kennis gegeven van de inschrijving van deze aangelegenheid op de agenda. De commissaris kan aan de vennootschap schriftelijk kennis geven van zijn opmerkingen. Deze opmerkingen worden aangekondigd op de agenda, ter beschikking gesteld van de vennoten, overeenkomstig de artikelen 269, 381 en 535. In voorkomend geval wordt zonder verwijl ook een afschrift gezonden aan diegenen die voldaan hebben aan de formaliteiten die voor de toelating tot de algemene vergadering zijn voorgeschreven.

De vennootschap kan, bij een verzoekschrift waarvan vooraf aan de commissaris (...), kennis wordt gegeven, aan de voorzitter van de rechtbank van koophandel toestemming vragen om de vennoten geen kennis te geven van de opmerkingen die niet ter zake dienen of het aanzien van de vennootschap op onverantwoorde wijze kunnen schaden. De voorzitter van de rechtbank hoort de vennootschap en de commissaris (...) in raadkamer en doet uitspraak in openbare terechtzitting. Tegen die beslissing staat geen verzet of hoger beroep open.»

Ingeval van ontslag zonder wettige reden (met het akkoord van de ondernemingsraad, indien er één is) kan de commissaris niet door de Rechtbank van koophandel terug in zijn functies worden hersteld. De memorie van toelichting bij de parlementaire werkzaamheden voorafgaand aan de wet tot hervorming van het revisoraat in 1985, stelt dat de commissarisfunctie niet naar behoren kan worden uitgeoefend wanneer een minimum aan vertrouwen tussen de partijen is verloren. Indien er bijgevolg geen wettige reden is om een einde te stellen aan het commissarismandaat, dan zal deze van de vennootschap een schadevergoeding kunnen bekomen (artikel 135, § 1, eerste lid van het Wetboek van vennootschappen).
TOP

Rol van de Hoge Raad

De Hoge Raad voor de Economische Beroepen is ermee belast, als coördinator op nationaal niveau van het systeem van publiek toezicht, om aan de diverse instellingen die deel uitmaken van het Belgisch systeem van publiek toezicht elke informatie over te maken, ontvangen hetzij vanwege een bedrijfsrevisor, hetzij vanwege een onderneming die een commissaris heeft aangesteld, en die betrekking heeft op een situatie van opzegging van een commissaris in de loop van het mandaat.

Uit artikel 43, § 1, eerste lid van de wet van 1953 vloeit voort dat het systeem van publiek toezicht, waarop de eindverantwoordelijkheid van het toezicht rust, is samengesteld uit:

Het artikel 135 van het Wetboek van vennootschappen laat aan de Hoge Raad een termijn van één maand om de informatie aan de diverse entiteiten van het systeem van publiek toezicht op de bedrijfsrevisoren over te maken.
TOP

Aantal praktische aanwijzingen ingeval van een voortijdige onderbreking van een commissarismandaat

In toepassing van artikel 135, § 2 van het Wetboek van vennootschappen moet elke onderbreking van een commissarismandaat in de loop van het mandaat (hetzij omwille van een ontslagneming, hetzij omwille van een opzegging) schriftelijk aan de Hoge Raad voor de Economische Beroepen gemeld worden, zowel door de bedrijfsrevisor als door de betrokken onderneming.

In het kader van dit schrijven, moeten de redenen voor deze ontslagneming of opzegging in de loop van het mandaat op afdoende wijze uiteengezet worden.

Dit schrijven dient te worden gericht aan de Voorzitter van de Hoge Raad voor de Economische Beroepen, zowel door de commissaris als door de betrokken vennootschap, op het volgende adres :

Hoge Raad voor de Economische Beroepen
North Gate III – 6de verdieping
Koning Albert II-laan16
1000 Brussel

Het is eveneens mogelijk om deze informatie via de website over te maken.
TOP